Een hond mag de hele dag voor drie euro reizen maar zijn kaartje wilde vandaag de automaat niet uitkomen. Mijn bankpas stond het apparaat kennelijk niet aan, ook niet bij mijn tweede poging. Ik had nog zeven minuten en meteen een licht gevoel van paniek in het lijf. Bij de stationsvraagbaak (ja, ja, die lui bestaan tegenwoordig) zeiden ze dat ik naar het loket moest. Het loket was een heel eind verderop. Toen ik aankwam stond er een rij. Ook allemaal probleemgevallen natuurlijk. Ik rende opnieuw door de stationshal terug naar het perron. Daar stond ook een automaat. Ik beademde, wreef en poetste de bankpas blinkend over mijn mouw en stopte hem erin. Yesss. Hond en ik gered. We renden naar de gereed staande trein. Hond had mij bij al mijn bewegingen gevolgd. Goede hond, houdt zijn baas in de gaten. Goede, lieve trouwe hond.
Maar wist ik dat wel zeker?
In de nieuwe Hollands Diep (sept/okt 2010) staan twee gedichten van de Amerikaanse dichter Billy Collins (1941), vertaald door Kees van Kooten. Met 24 andere verschijnen ze dit najaar in de bundel Zo wordt u gelukkig. Van Kooten bewondert in Collins vooral dat hij bijna principieel grappig wil zijn. Je moet maar durven, zegt hij. Hij schrijft zelf overigens bij elke vertaling commentaar dat op zijn minst dezelfde kwalificatie verdient.
Bij ‘The Revenant/De geestverschijning'(naar aanleiding van zijn vaststelling dat Collins meer een honden- dan een poezenman is):
‘Een kat kan je net zo strak aankijken als een hond, maar hij denkt intussen aan iets anders. Wie jij echt bent interesseert hem niet. Dat weet hij immers al jaren. Maar als een hond je aankijkt […] en je spreekt hem onverwacht toe, dan kijkt hij altijd terug op een manier waar een kat eenvoudig geen zin in heeft. De hond heeft op zo’n moment niets anders dan jou aan zijn hoofd en je ziet hem met al zijn energie proberen om dichter bij het raadsel te komen dat zijn baas voor eeuwig voor hem zal blijven. […]
In nachtelijke uren kan een man, vooral als hij lichtelijk aangeschoten is, vaak minutenlang op zijn beste vriend inpraten en nooit zal die hond afhaken. Terwijl een aangesproken kat […] al binnen een halve minuut de interesse verliest, blijft de hond ingespannen luisteren, zich nerveus en uit alle macht afvragend wat die op de vloer liggende meneer in hemelsnaam bedoelt te zeggen.'
Collins zelf licht ons daarover in maar liefst tien strofen in (‘The Revenant/De Geestverschijning’ is in origineel en in vertaling opgenomen in Hollands Diep):
Hier, in Van Kooten’s vertaling , de eerste twee, gevolgd door de slotregels:
Ik ben de hond die jij liet inslapen,
zoals jullie de naald van de vergetelheid graag noemen,
en ik kom terug om alleen nog dit te zeggen:
ik heb nooit van je gehouden – voor geen haartje.
Wanneer ik je in je gezicht likte,
dacht ik zal ik zijn neus eraf bijten.
Wanneer ik toekeek hoe jij jezelf droogwreef,
wilde ik opspringen om je met één hap te ontmannen.
[…]
en wat zul je blij zijn dat dit niet eerder speelde –
dat iedereen hier kan lezen en schrijven,
de honden poëzie, de poezen en alle anderen proza.
http://www.youtube.com/watch?v=Hvqipvqn8zE
dinsdag 31 augustus 2010
maandag 30 augustus 2010
"...in ieder leven valt wat regen, maar vier meter
is een absurde afstand tussen je sleutelbeen en je schedel en het enige dat helpt is klei, eigenlijk is klei het enige dat helpt." Deze regels vormen de slotregels van het gedicht 'Knekels rollen' van Thomas Möhlmann. Het verscheen in de bundel 'De wierde van Wierum'(2010)die onder redactie van Remco Ekkers en Jane Leusink bij Uitgeverij kleine Uil uitkwam. De journaliste Chaja Zeegers heeft ze opgenomen in haar artikel 'Wierdenlandschap' dat zaterdag 28 augustus in Trouw stond.
De gedichtenbundel is samengesteld naar aanleiding van de feestelijke oplevering van de renovatie van de wierde Wierum. In het artikel beschrijft Zeegers de geschiedenis van het wierdenlandschap in het Reitdiepdal zoals zich dat al vanaf voor onze jaartelling heeft ontwikkeld. Ze geeft ook een wandel/fietsroute die loopt van het museum Wierdenland in Ezinge naar naar de stad Groningen.
De gedichtenbundel is samengesteld naar aanleiding van de feestelijke oplevering van de renovatie van de wierde Wierum. In het artikel beschrijft Zeegers de geschiedenis van het wierdenlandschap in het Reitdiepdal zoals zich dat al vanaf voor onze jaartelling heeft ontwikkeld. Ze geeft ook een wandel/fietsroute die loopt van het museum Wierdenland in Ezinge naar naar de stad Groningen.
'Wanneer is het nou eens mogelijk om een
waddenkraam op de Groninger markt te zetten. Wanneer gaan de noordelingen nou eens al dat lekkers eten?' Chefkok Dick Soek van restaurant het Schathuis (bij Verhildersum in Leens) vindt al jaren dat prachtige waddenproducten als grijze garnaal, diklipharder en, nu het seizoen daar is, Japanse oester ('hij heeft veel vlees en een mooie bite') hier in het Noorden verkrijgbaar moeten zijn (en niet alleen op de boerenmarkten van Utrecht en Amsterdam). Let wel: duurzaam gevangen. Of zelf geraapt, we mogen tien kilo meenemen; niet doen bij Lauwersoog trouwens daar is het water te vuil.
Recept Oester oosters: meng 150 ml. Japanse sojasaus met het sap van een limoen, een paar druppels tabasco, gembersiroop en fijngehakte verse koriander (p.p. zes oesters). Besprenkelen met de sojadressing, garneren met blaadjes koriander en flinterdunnen reepjes rode peper die in een paar uur in de azijn hebben gelegen om de hitte eruit te krijgen (recept Dick Soek bij monde van Zandstra en Hermus, d.d. 28 augustus, Dagblad van het Noorden, zie aldaar voor het artikel).
Recept Oester oosters: meng 150 ml. Japanse sojasaus met het sap van een limoen, een paar druppels tabasco, gembersiroop en fijngehakte verse koriander (p.p. zes oesters). Besprenkelen met de sojadressing, garneren met blaadjes koriander en flinterdunnen reepjes rode peper die in een paar uur in de azijn hebben gelegen om de hitte eruit te krijgen (recept Dick Soek bij monde van Zandstra en Hermus, d.d. 28 augustus, Dagblad van het Noorden, zie aldaar voor het artikel).
zaterdag 28 augustus 2010
Gedichten in Tzum 50
Vanmorgen plofte het jubileumnummer (50) van het literair tijdschrift Tzum op de mat. Daarin van mijn hand de gedichten 'Toen ik een waarachtige amazone ontmoette' en 'Inbraak', het laatste ter herinnering aan de door mij zeer bewonderde dichteres F. Harmsen van Beek (1927-2009).
Het luisterboek 'Ze schrijft met haar stem' (opmerking van A. Roland Holst over de gedichten van Fritzi Harmsen van Beek) verscheen afgelopen voorjaar, daarin audio opnamen gemaakt in en rond haar huis in Garnwerd op 13 juli 1989.
In het meinummer (2010) van De Gids (592) de 'Herinneringen aan Fritzi ten Harmsen van der Beek' van Remco Ekkers met wie zij de liefde voor poezen deelde.
Het luisterboek 'Ze schrijft met haar stem' (opmerking van A. Roland Holst over de gedichten van Fritzi Harmsen van Beek) verscheen afgelopen voorjaar, daarin audio opnamen gemaakt in en rond haar huis in Garnwerd op 13 juli 1989.
In het meinummer (2010) van De Gids (592) de 'Herinneringen aan Fritzi ten Harmsen van der Beek' van Remco Ekkers met wie zij de liefde voor poezen deelde.
woensdag 25 augustus 2010
Morieljes
Morieljes
Je ziet ze overal staan, in tuinen, langs paden en bij bosschages, planten waarvan bloem of blad eetbaar zijn. Je bekijkt ze in de tuinen van de Piloersemaborg in Den Ham, die van de borg Verhildersum in Leens of die van groentenkweker Arthur Vermij ook in Leens. Arthur levert zijn groenten aan restaurant het Schathuis op Verhildersum.
Je repeteert exotische namen. Er is borage, het kruid met de diepe komkommersmaak en de hevig blauwe bloemen, er is Oost-Indische kers oftewel fleur de Capocine met de bekende fel geel-oranje-rode bloemen, er zijn de ouderwetse goudsbloemen die je altijd weer doen terugdenken aan de tuin van je oma, er is roomse kervel, verveine, wilde rucola, hysop en bonenkruid. Er zijn jonge groenten als doperwtjes en peultjes, muntsoorten als ananasmunt.
Bijzonder verfijnd van smaak zijn vers klaargemaakte morieljes (groeien overal, maar wel eerst koken, dan eten!). Samen met nieuwe aardappeltjes, olijfolie en een crème van doperwtjes bereiden chefkok Dick soek en sous-chef Jos Abee er een verrukkelijke voorjaarssalade van.
En wat te denken van een dessert waarin honing en versuikerde rozemarijn zijn verwerkt?
Je ziet ze overal staan, in tuinen, langs paden en bij bosschages, planten waarvan bloem of blad eetbaar zijn. Je bekijkt ze in de tuinen van de Piloersemaborg in Den Ham, die van de borg Verhildersum in Leens of die van groentenkweker Arthur Vermij ook in Leens. Arthur levert zijn groenten aan restaurant het Schathuis op Verhildersum.
Je repeteert exotische namen. Er is borage, het kruid met de diepe komkommersmaak en de hevig blauwe bloemen, er is Oost-Indische kers oftewel fleur de Capocine met de bekende fel geel-oranje-rode bloemen, er zijn de ouderwetse goudsbloemen die je altijd weer doen terugdenken aan de tuin van je oma, er is roomse kervel, verveine, wilde rucola, hysop en bonenkruid. Er zijn jonge groenten als doperwtjes en peultjes, muntsoorten als ananasmunt.
Bijzonder verfijnd van smaak zijn vers klaargemaakte morieljes (groeien overal, maar wel eerst koken, dan eten!). Samen met nieuwe aardappeltjes, olijfolie en een crème van doperwtjes bereiden chefkok Dick soek en sous-chef Jos Abee er een verrukkelijke voorjaarssalade van.
En wat te denken van een dessert waarin honing en versuikerde rozemarijn zijn verwerkt?
zondag 15 augustus 2010
De goede vissers
De Goede Vis krijgt subsidie van het ministerie (zie ook Trouw 15 juli jl.)
Goede vissers noemen ze zichzelf, hun visserijbedrijfje heet Goede Vis. Barbara Rodenberg en Jan Geertsema vissen op de TS31 op harder en zeebaars, ze rapen aan de kust kokkels en Japanse oesters. Gewoon met de hand. Ze moeten dus heel hard werken om aan een (marginaal) inkomen te komen. Het moeten dus wel idealisten zijn: vissers die vogels uit hun netten bevrijden en jonge vis in zee terug gooien.
Vis van de TS31 kunt u altijd op de menukaart van restaurant Schathoes Verhildersum aantreffen. Ze zijn er daar fier op!
De subsidie krijgen ze omdat ook het ministerie dat zich met de visserij bezighoudt gemerkt heeft dat zij op een vernieuwende manier bezig zijn vis te vangen. Vernieuwend wil tegenwoordig zeggen: duurzaam, kleinschalig en verantwoord: eigenlijk gewoon met de kop erbij.
De subsidie gaan ze gebruiken samen met andere vissers de afzet van al die goede vis te verbeteren. Zodat vraag en aanbod beter op elkaar aansluiten en Barbara haar schoonmoeder niet telkens hoeft te vragen ergens een kratje af te leveren. Het kan allemaal wel wat professioneler met de logistiek.
Meer restaurants moeten vis van de Goede Vis afnemen. Chefkok Dick Soek zegt het zo: Barbara en Jan zijn knokkers die het avontuur durven aangaan, ze durven hun nek uit te steken en vissen met de seizoenen mee. Waar het kan, beveel ik hun vis aan. Laatst nog bij restaurant Merkelbach op Frankendael in Amsterdam.
Nu is het seizoen geheel van de harder, de diklipharder, die kun je ook goed zelf klaarmaken. Leg maar eens een drijfnatte krant in de (elektrische) oven. Met de harder erin. Of drenk de harder in de olijfolie tot hij onder staat, met laurier, knoflook, een uitje, rozemarijn een minuutje of dertig op een temperatuur van 90 graden…daarna met een glas Cavi di Cavi (Piemonte) en de gordijnen dicht verorberen, rustig aan, niet schrokken...
Goede vissers noemen ze zichzelf, hun visserijbedrijfje heet Goede Vis. Barbara Rodenberg en Jan Geertsema vissen op de TS31 op harder en zeebaars, ze rapen aan de kust kokkels en Japanse oesters. Gewoon met de hand. Ze moeten dus heel hard werken om aan een (marginaal) inkomen te komen. Het moeten dus wel idealisten zijn: vissers die vogels uit hun netten bevrijden en jonge vis in zee terug gooien.
Vis van de TS31 kunt u altijd op de menukaart van restaurant Schathoes Verhildersum aantreffen. Ze zijn er daar fier op!
De subsidie krijgen ze omdat ook het ministerie dat zich met de visserij bezighoudt gemerkt heeft dat zij op een vernieuwende manier bezig zijn vis te vangen. Vernieuwend wil tegenwoordig zeggen: duurzaam, kleinschalig en verantwoord: eigenlijk gewoon met de kop erbij.
De subsidie gaan ze gebruiken samen met andere vissers de afzet van al die goede vis te verbeteren. Zodat vraag en aanbod beter op elkaar aansluiten en Barbara haar schoonmoeder niet telkens hoeft te vragen ergens een kratje af te leveren. Het kan allemaal wel wat professioneler met de logistiek.
Meer restaurants moeten vis van de Goede Vis afnemen. Chefkok Dick Soek zegt het zo: Barbara en Jan zijn knokkers die het avontuur durven aangaan, ze durven hun nek uit te steken en vissen met de seizoenen mee. Waar het kan, beveel ik hun vis aan. Laatst nog bij restaurant Merkelbach op Frankendael in Amsterdam.
Nu is het seizoen geheel van de harder, de diklipharder, die kun je ook goed zelf klaarmaken. Leg maar eens een drijfnatte krant in de (elektrische) oven. Met de harder erin. Of drenk de harder in de olijfolie tot hij onder staat, met laurier, knoflook, een uitje, rozemarijn een minuutje of dertig op een temperatuur van 90 graden…daarna met een glas Cavi di Cavi (Piemonte) en de gordijnen dicht verorberen, rustig aan, niet schrokken...
zaterdag 14 augustus 2010
Mist
Voor een schaapherder hoog in de bergen bestaat er niets ergers dan mist. Een dikke koude natte ondoordringbare deken ontneemt je daarboven al het zicht.
De mist is een grote wolk die tegen de helling aanligt.
Je hebt dunne en dikke mist. Soms kun je nog wel wat zien en weet je waar je bent. Er is ook mist die zo dik is dat je niet meer dan vijf meter zicht hebt. Dat is heel vervelende mist want dan weet je al snel niet meer waar je zit.
Ik heb wel eens uren lopen dwalen. Alles ziet er hetzelfde uit. Je probeert niet in paniek te raken maar dat is niet gemakkelijk. De schapen hebben wel bellen maar mist vertekent het geluid. Soms lijkt het of ze heel dicht in de buurt zijn. Ook kan een echo vertekenend werken, je denkt dat de kudde links zit maar eigenlijk zit die rechts.
Een deel van onze zomerweiden zijn op een groot plateau. Na jaren denk je dat je dat kent als je broekzak. Nou vergeet het maar. Er zijn mensen die van de weg af raken en uren om de berghut heen draaien zonder die te vinden. Als het donker wordt blijven ze buiten slapen, met een beetje geluk in een slaapzak. De volgende ochtend als de mist eenmaal is opgetrokken blijken ze maar vijftig meter van de hut vandaan te hebben gebivakkeerd
De mist is een grote wolk die tegen de helling aanligt.
Je hebt dunne en dikke mist. Soms kun je nog wel wat zien en weet je waar je bent. Er is ook mist die zo dik is dat je niet meer dan vijf meter zicht hebt. Dat is heel vervelende mist want dan weet je al snel niet meer waar je zit.
Ik heb wel eens uren lopen dwalen. Alles ziet er hetzelfde uit. Je probeert niet in paniek te raken maar dat is niet gemakkelijk. De schapen hebben wel bellen maar mist vertekent het geluid. Soms lijkt het of ze heel dicht in de buurt zijn. Ook kan een echo vertekenend werken, je denkt dat de kudde links zit maar eigenlijk zit die rechts.
Een deel van onze zomerweiden zijn op een groot plateau. Na jaren denk je dat je dat kent als je broekzak. Nou vergeet het maar. Er zijn mensen die van de weg af raken en uren om de berghut heen draaien zonder die te vinden. Als het donker wordt blijven ze buiten slapen, met een beetje geluk in een slaapzak. De volgende ochtend als de mist eenmaal is opgetrokken blijken ze maar vijftig meter van de hut vandaan te hebben gebivakkeerd
Abonneren op:
Posts (Atom)