Posts tonen met het label Wierde van Wierum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wierde van Wierum. Alle posts tonen

maandag 15 juni 2020

Natuurbegraafplaats op de Wierde van Wierum

'Want wat is hier anders dan distels en droefheid'? dichtte Hedwig Selles indertijd ter gelegenheid van de renovatie en oplevering van de Wierde van Wierum. De dichter Remco Ekkers en ikzelf hadden dichters in den lande uitgenodigd een bijdrage te leveren aan de gelijknamige bundel (Uitgeverij kleine Uil, 2010). Een feestelijke bundel met bijdragen van Tom van Deel, Anton Korteweg, Kopland, C.O. Jellema, Hans Groenewegen, Aly Freije en een dertigtal anderen.
Een schitterende glooiing markeert anno 2020 de wierde die afgelopen twee jaar wederom een gedaantewisseling heeft ondergaan. Men heeft er langszij een natuurbegraafplaats gerealiseerd, deze ingezaaid met zeer bloemrijke zadenmengsels die inmiddels ook tot volle wasdom zijn gekomen. Margrieten vindt men er, klaprozen, wikke, kamille, alle met hun typische nostalgische gevoelens opwekkende zomergeuren. Vandaag in de loom makende warmte fladderden kleine vossen er in groten getale rond, zoemden de bijen, tjilpten de mussen.
Twee mensen hadden zich al laten begraven. Een vreemd indrukwekkend schouwspel als je er in de koesterende zomerzon rondloopt en ze daar zo midden in de wereld ziet liggen, ze zijn nog maar kortelings ter aarde besteld, zo vers en de grond moet nog inklinken. 

donderdag 23 september 2010

Het notarisbosje

Zeilde gisteren met een zeilvriend langs het notarisbosje op de Reitdiepdijk bij Winsum. Het bosje is haast bovennatuurlijk vereeuwigd door kunstschilder Aloys van Wieringen en in bezit van galerie Jacoba Wijk in Wehe-den Hoorn(http://www.galeriejacobawijk.nl/).

Ik heb een foto gemaakt.

Het notarisbosje is indertijd aangelegd door notaris De Ranitz (jhr. ir.) te Winsum. Het was bedoeld als vogelbosje. Het ligt in de buurtschap Schilligerham ten westen van Winsum, waar de vader van de notaris een boerderij bezat.

Fritzi Harmsen van Beek schreef over een tandartsbosje bij het Aduarderdiep en het land van Pon. Gezien de locatie moet dat wel een ander bosje zijn.

Maar twee Groningse bosjes zo prachtig neergezet, één in een schilderij en één in een tekst ...

De zeilvriend wist er trouwens meer van. Hij dook in zijn geheugen en mailde toen:

Tja, hoe zat dat ook alweer, of beter, hoe zou dat gezeten kunnen hebben........

Naar uit redelijk betrouwbare berichten [...] blijkt was de tandarts J.S.te A. ooit één van de minder beroemde verloofdes van Fritzi. In die periode behoorde de helft van de Aduarderzijlster huizen en grond aan hem toe. Al hetgeen in de losse verkoop was, werd door J. opgekocht.
Het kan haast niet anders of er was ook wel eens een bosje bij. In zijn vriendenkring werd altijd naarstig gezocht naar bestemmingen voor het almaar uitbreidende bezit.
Zo zal snel één van zijn bosjes zijn omgedoopt tot tandartsbosje, naar analogie van het notarisbosje[...] Ons allen past grote dank en eerbied voor de nog levende J.S., die ons veel nalaat, al was het maar om over te praten.

~~~~~~~~~~~~~

Goed Begrepen!
(opdracht aan mijn dooie hond)

Als je
weerkomt, indien je: ik stuit de wateren, de sluizen
stut, indien en domp ik de wind! Zo. Droog, Snel en

Niet omzien, het Diep van Aduard Oversteken; recht van
uit je graf in Tandartsebosje draafje Losjes, Onverschillig

liefst, naar het land van Pon. Waar ik je opwacht bij
de brug indien, een blinkende kluif in elke hand, je me

terug keert. En verdrijf het gehoornde vee aldaar, die
olle halfheilige treiterborsten, met behulp van Pan.

(Omkopen met druiven denk ik. Fluiten? Gooien met kikkers.
Misschien.) En noem je namen, O Lipoe m'n Pootjesslang:

'Sierlijke Reigersbek, Steelse Gep, Fluwelia, Schele
Puiloog en Hondester', o Onberispelijke, herken je me dan?

'Ai vlug dus, vraag Orion verlof nu! Wat maakt die spat
hem op zijn twinkelende eeuwigheid! Zijn kennels puilen

uit van sterren, zijn velden zijn ermee bedauwd, hij
stoft ze van zijn jagerslaarzen, bij bossen, rivieren

vol, op bergen stapelt hij de speelse zielen, Alle
Jachthonden! Hij mist je niet en wat dan nog: voor eventjes?

Als de wind dus! nu alsdewind, voordat ikzelf vertrokken
want daaromtrent allesbehalve rustig ben, dus hopsa, kom

en vlùg nu waarachtig, ik kan en wil niet langer, te
wachten ach, en wat me daarna staat.



Fritzi ten Harmsen van der Beek (1927-2009)
uit: Kus of ik schrijf (1975)


maandag 30 augustus 2010

"...in ieder leven valt wat regen, maar vier meter

is een absurde afstand tussen je sleutelbeen en je schedel en het enige dat helpt is klei, eigenlijk is klei het enige dat helpt." Deze regels vormen de slotregels van het gedicht 'Knekels rollen' van Thomas Möhlmann. Het verscheen in de bundel 'De wierde van Wierum'(2010)die onder redactie van Remco Ekkers en Jane Leusink bij Uitgeverij kleine Uil uitkwam. De journaliste Chaja Zeegers heeft ze opgenomen in haar artikel 'Wierdenlandschap' dat zaterdag 28 augustus in Trouw stond.

De gedichtenbundel is samengesteld naar aanleiding van de feestelijke oplevering van de renovatie van de wierde Wierum. In het artikel beschrijft Zeegers de geschiedenis van het wierdenlandschap in het Reitdiepdal zoals zich dat al vanaf voor onze jaartelling heeft ontwikkeld. Ze geeft ook een wandel/fietsroute die loopt van het museum Wierdenland in Ezinge naar naar de stad Groningen.

dinsdag 29 juni 2010

Toen het ging kraken in de structuren

Wij openden die ochtend onze ogen, gaapten, wreven
zon tussen onze zorgvuldige woorden: dit is bij uitstek
de plaats waar onze verbeelding tot een vorm kan uitrijpen
zover we kijken maakt niets het landschap eenzaam
de verte is overal even ver
wij zijn de eersten

zo praatten ze en begonnen dat voorjaar met zoden en mest
begonnen dat voorjaar met vruchtbare vrouwen
waaruit roze kinderen stroomden, het spelen
met snorrebotjes, hellebaardjes, bikkels
hopsasa, speelman laten we dansen!
en het bloeide en zomerde in hooi, op vruchtbare kwelders
fragmenten van berk, de bast van de stam

na storm en hoog water de vangkuil vol vis
de platvis als zallem! uit het kleigat
in korven en karen gedaan, ha visserke vis!

ze slachtten het varken, de buren
prezen het vet en aten der vet van en namen een borrel
en nog, en lagen verzadigd de wolfsmaand door
fragmenten van wilg, de zijsporen schuin gesneden

ze verschoven de tijd voorzichtig naar het midden
tot alles goed lag, verschoven de klei in de dijken
(schapen met goudpoten trappen de zoden lichtjes aan)
en de kerkklok klepte onder het zadeldak
en de kinderen stroomden de school in
en de doden? ze vonden hun plek
fragmenten van els, zwarte, met zaagsporen

niettemin snoven ze drommel en het naderend eind
uit de dag dat het gras in de raai schoot
(de goudpotigen vraten het niet) en ze moesten
de haastige uren nog vullen, de kloppende beurzen
vergroeven het vruchtbare land naar het schrale zand
ontdekten de ware aard van de dingen:

in onze structuren begon een soort van scheuren
stenen begonnen de grond uit te schuiven
fragmenten van aardewerk, veldkeien, botten
de doden? ze schaamden zich ja kapot
fragmenten van eik, bewerkt, slijtsporen van touw

het werd hersteltijd, baggertijd, grondverzet
mors en vertroebeling maakten vormloos landschap
ontdane wierde, kaal meidoornverdriet
en wij in die eeuwige wind gekleefd

die nacht, wij snoven de aarde - wilden dicht
bij onze onrustige doden zijn - groeven ten slotte
het graf voor onszelf, wachtten
een ademloos wachten begon

woensdag 26 mei 2010

Wierde van Wierum

Bij de verschijning van de gedichtenbundel Wierde van Wierum onder redactie van Remco Ekkers en Jane Leusink .

Wierum, bij velen bekend, heeft een grondige renovatie ondergaan. De wierde veranderde van een intieme sfeervolle plek gedurende vijf lange jaren in een desolaat landschap van slib en bagger. De begraafplaats is daar nu, als ware het een wedergeboorte, weer uit opgestaan.
De oplevering vindt 27 mei plaats op Wierum zelf en in de kerk van Dorkwerd alwaar kerkelijke (kerkvoogdij), dichterlijke (Jan Siebo Uffen, Jane Leusink, Aly Freije, Remco Ekkers) en provinciale (gedeputeerde, Landschapsbeheer, Groninger Landschap) bijdragen.
Coen Peppelenbos, uitgever van Uitgeverij kleine Uil, presenteert Wierde van Wierum en zal het eerste exemplaar aanbieden aan gedeputeerde Rudi Slager die ook het Voorwoord schreef.

De nieuwe, strakke verschijningsvorm van de wierde toont en voegt zich nu al moeiteloos in het weidse Groninger Reitdiepdal, het oudste cultuurlandschap van West-Europa.

Voor de bundel heeft een groot aantal dichters uit het gehele land een gedicht geschreven. Gerben Wynia, nalatenschapbeheerder van de overleden dichter C.O. Jellema, heeft toestemming gegeven voor plaatsing van diens gedicht 'Het waait er altijd'.