Ik ben een loper
Gingen wij vol erin
dwars door de midden
braken.
In stukken
deze weg
dit holst van de nacht:
het aanslaan van honden
de brul van een motor
geknerps van grint
- het ritselen –
(brak)
deze staf de ruggen van onze handen
de bruggen van onze neuzen
in onze ogen het licht.
Drempel.
Gingen wij nooit meer
kunnen inhalen
wat wij hadden
stamelden vol door.
Elkaar
Niets
is als het was
onder onze huid
struikelt een Spaanse hond.
Hoe kunnen wij het karig
zeggen?
Ik ga lopen.
Ik ben een loper.
Ik ga lopen
Kon ik maar van de natuur
genieten, zeggen: kijk een roos,
ruik hoe water valt, zweet
zich ophoopt, tendinitis
en uitputting zich vrij
worstelen.
Kon ik maar een lied
zingen, een uit de Spaanse
burgeroorlog, bijvoorbeeld
de ballade van de XIe brigade
of Los Campesinos.
Of lachen.
Over ruwe dingen
naar de sterren:
ik ben een schelpdrager
vaar duizend jaar op heilige
dagen in stenen boten
naar hemelse deuren.
Of: wedijver om woonplaatsen
en geliefden, modder
tot mijn knieën voort
opdat ik verschalk.
De dood
in een luciferdoosje gestopt
(angst groeide over schaamte heen):
Welke muziek speel ik bij het afscheid?
Puerta del Perdón
Onze meest bronzen
glimlach aangezet:
wij bestaan voor zover
wij worden waargenomen
of als zij in liefde over ons
haperen
ons plat lopen
(je ziet de vrouw, denkt
je de man en het klopt).
Vingers over tot leven gegroeide
steen van onze heilige posten
verschrikkelijke moeite
over ons heen.
Zoals ook wij
wij ook ons best doen:
zijn wij wel goed afgehangen?
Scheefgetrokken
haar lichaam
over onze drempel gekropen.
Ten teken:
je kon het vergeefsheid ruiken
liefde horen knagen
het roepen om licht en om lucht
om bestaan.
vrijdag 26 februari 2010
Amor fati
God natuur
Ergens moet je zijn, God, een landschap
of voor mijn part woestenij, mijn oog krult om
van zoeken, ze zeggen dat ik stom onder bruggetjes
dat jij die zondvloed stuurde, je had tenslotte
niet om mij gevraagd en ook niet om natuur te worden
mij achter al je ribben op te bergen
evenmin, wel glansde je van effect en verlangen en honger
naar mij.
Ik was gewond, lag, bloedde een poosje en stond
weer op, het verder vechten kreeg een aard, ik wilde jou
wel eens bekijken in je wording, je bent
geen reden om iets anders, geen afdruk
op mijn ziel, geen steen die omvalt
in boven eeuwige rust, geen omgewaaide boom
als ik niet kijk.
Je komt er niet mee weg, God, met mij,
hangend aan het hart van het tekort.
God tijd
Ergens moet je zijn, God, het oog
van de storm waar het rustig is, geen plastic look,
ze zeggen dat ik als een zombie dat jij die vleugels
van mijn woorden stal. Je zag in mij misschien
verloren tijd of slechts een Volvo (480) total loss gereden,
een open achterklep de sleutel er nog in, dwars door
de nacht, daar had je niet op zitten wachten
schat ik zo en op die sportcoupé
van Jaguar (xjs v12 British Green!)
al evenmin (de accu trok in een klap leeg).
Je schudt je godenhoofd,
de wereld beeft.
De nacht verkleurt naar donkerblauw,
ik denk: bereid je voor op deze kus,
is het voorbij en deed je niets.
God is ontsnapt, dacht ik, tijd is voor en achter
tijd en alles wat daaraan ontkomt, is huge. Daar moet ik zijn,
daar zindertrilt, daar ritselt het, geen tijd,
daar moet ik tussen zijn,
en waar jij onder, ik slechts boven was.
God liefde
Ergens moet je zijn, God, een lust voor het oor
waar twee nachtegalen kwinkeleren, roestrood de staarten,
door Jac. P. Thijsse zelf nog koningen genoemd,
geen valse noot, gebroken lied, veel noten op jouw zang,
ze zeggen dat ik als straatliefdegras niet bij je weg
te wieden was, dat gratis niet goed is,
behalve echte liefde dan en dat jij liefde
bent, mij los, mij vallen liet (een plakker ben je
zeker niet).
Een daad van liefde, knikt je godenhoofd, een scheur
loopt vol van toen en toen en wat nu straks en jij
er middenin als o.t.t. van alle kanten open,
geen luchtafweergeschut voorhanden
tegen dit precisiebombardement.
God grijnst, dacht ik, zie ik het goed? Als liefde loslaat
als het korstje van een wond of als een Fokker Friendship
onze aarde, waar blijf ík dan met al mijn
overcapaciteit?
God is de liefde al voorbij (ik zag het goed), maar na
de liefde gaat verlangen nog een tijdje door, het stilstaan
in de vlucht veroorzaakt onbalans, het missen
heeft een lange remweg nodig, een niet te krappe
landingsbaan.
God dood
Ergens moet je zijn, God, een stapel moedervellen
of wat mij betreft een nieuw gedicht dat zich maar
niet voltrekken laat, mijn hart bloedt in mijn hand,
mijn zoeken in mijn keel, ze zeggen dat de interactie
tussen jou en mij een ruis vertoont, een kromme
is, een odyssee van energie die zich verdunt,
dat jij mijn lichaam rustig richting sloop
begon te sturen, het hoefde allemaal van jou
niet zo en die druppels verse tekst
die uit mijn schrijfstift lekten, vond je eigenlijk
maar niks.
Je oog dat alles ziet, is ongeduldig, God.
Verbouw de plek waarheen betekenis gevlucht,
vergraaf de sokkenla, vouw stapels t-shirts op
en op, verpluk een overhemd van Calvin Klein,
ik trek het jasje aan van Hugo Boss, waarin mijn hoofd
toen jij mij ving, geur in mijn neus, smaak
in mijn mond, waarmee ik schrijf.
Houd van je lot.
God is de dood en eet het leven en daarna eet het leven
dood. God hoopt dat vlinders hoger vliegen, trok
de dood jouw kleren aan.
Ergens moet je zijn, God, een landschap
of voor mijn part woestenij, mijn oog krult om
van zoeken, ze zeggen dat ik stom onder bruggetjes
dat jij die zondvloed stuurde, je had tenslotte
niet om mij gevraagd en ook niet om natuur te worden
mij achter al je ribben op te bergen
evenmin, wel glansde je van effect en verlangen en honger
naar mij.
Ik was gewond, lag, bloedde een poosje en stond
weer op, het verder vechten kreeg een aard, ik wilde jou
wel eens bekijken in je wording, je bent
geen reden om iets anders, geen afdruk
op mijn ziel, geen steen die omvalt
in boven eeuwige rust, geen omgewaaide boom
als ik niet kijk.
Je komt er niet mee weg, God, met mij,
hangend aan het hart van het tekort.
God tijd
Ergens moet je zijn, God, het oog
van de storm waar het rustig is, geen plastic look,
ze zeggen dat ik als een zombie dat jij die vleugels
van mijn woorden stal. Je zag in mij misschien
verloren tijd of slechts een Volvo (480) total loss gereden,
een open achterklep de sleutel er nog in, dwars door
de nacht, daar had je niet op zitten wachten
schat ik zo en op die sportcoupé
van Jaguar (xjs v12 British Green!)
al evenmin (de accu trok in een klap leeg).
Je schudt je godenhoofd,
de wereld beeft.
De nacht verkleurt naar donkerblauw,
ik denk: bereid je voor op deze kus,
is het voorbij en deed je niets.
God is ontsnapt, dacht ik, tijd is voor en achter
tijd en alles wat daaraan ontkomt, is huge. Daar moet ik zijn,
daar zindertrilt, daar ritselt het, geen tijd,
daar moet ik tussen zijn,
en waar jij onder, ik slechts boven was.
God liefde
Ergens moet je zijn, God, een lust voor het oor
waar twee nachtegalen kwinkeleren, roestrood de staarten,
door Jac. P. Thijsse zelf nog koningen genoemd,
geen valse noot, gebroken lied, veel noten op jouw zang,
ze zeggen dat ik als straatliefdegras niet bij je weg
te wieden was, dat gratis niet goed is,
behalve echte liefde dan en dat jij liefde
bent, mij los, mij vallen liet (een plakker ben je
zeker niet).
Een daad van liefde, knikt je godenhoofd, een scheur
loopt vol van toen en toen en wat nu straks en jij
er middenin als o.t.t. van alle kanten open,
geen luchtafweergeschut voorhanden
tegen dit precisiebombardement.
God grijnst, dacht ik, zie ik het goed? Als liefde loslaat
als het korstje van een wond of als een Fokker Friendship
onze aarde, waar blijf ík dan met al mijn
overcapaciteit?
God is de liefde al voorbij (ik zag het goed), maar na
de liefde gaat verlangen nog een tijdje door, het stilstaan
in de vlucht veroorzaakt onbalans, het missen
heeft een lange remweg nodig, een niet te krappe
landingsbaan.
God dood
Ergens moet je zijn, God, een stapel moedervellen
of wat mij betreft een nieuw gedicht dat zich maar
niet voltrekken laat, mijn hart bloedt in mijn hand,
mijn zoeken in mijn keel, ze zeggen dat de interactie
tussen jou en mij een ruis vertoont, een kromme
is, een odyssee van energie die zich verdunt,
dat jij mijn lichaam rustig richting sloop
begon te sturen, het hoefde allemaal van jou
niet zo en die druppels verse tekst
die uit mijn schrijfstift lekten, vond je eigenlijk
maar niks.
Je oog dat alles ziet, is ongeduldig, God.
Verbouw de plek waarheen betekenis gevlucht,
vergraaf de sokkenla, vouw stapels t-shirts op
en op, verpluk een overhemd van Calvin Klein,
ik trek het jasje aan van Hugo Boss, waarin mijn hoofd
toen jij mij ving, geur in mijn neus, smaak
in mijn mond, waarmee ik schrijf.
Houd van je lot.
God is de dood en eet het leven en daarna eet het leven
dood. God hoopt dat vlinders hoger vliegen, trok
de dood jouw kleren aan.
dinsdag 23 februari 2010
Orgelpijpen kerkorgel Zuurdijk adopteren
Om de restauratie van het orgel te bekostigen kunnen er orgelpijpen geadopteerd worden. En natuurlijk mag dat ook een heel register zijn! Het orgel heeft 420 pijpen van hout, lood/tin of zink.
Inschrijvers worden beloond met vermelding van hun naam op een oorkonde, die ingelijst achter glas op de achterwand van het orgel komt. Eeuwige roem!
Hieronder een overzicht van de pijpen, die de klank van het Rohlfingorgel van Zuurdijk uniek maken:
Orgelpijpen van het Rohlfingorgel te Zuurdijk ter adoptie van 46 cent tot 200 euro, totaal € 17.237,97
Bourdon 16'. Grote pijpen, zware klank. Zorgt voor de bas.
54 stuks, lengte varieert van 250 cm tot 25 cm. De grootste 36 van hout, de rest van lood/tin.
Het duurste register. Van groot 200 euro, tot klein, de kleinste kost 41 euro, totaal € 6.507.--
Prestant 8'. Dat zijn voor een deel de pijpen in het front. Zorgt voor stevigheid.
54 stuks, lengte varieert van 250 cm tot 25 cm. De grootste 8 van hout, dan 22 van zink, de 24 kleinste van tin/lood.
Het belangrijkste register. Van groot 100 euro, tot klein, de kleinste kost 20,50 euro, totaal € 3.253,50
Viola di Gamba 8'. Als Prestant, maar de pijpen hebben een kleinere doorsnee. Klinkt strijkend, als een sterke Cello.
54 stuks, lengte varieert van 250 cm tot 25 cm. De grootste 30 van zink, de rest van tin/lood.
Het register dat de klank scherpstelt. Vanaf 80 euro, de kleinste kost 13.75 euro, totaal ? 2.531,25
Aeoline 8'. Als Gamba, maar de pijpen hebben een kleinere doorsnee. Een milde variant van de Viola di Gamba.
54 stuks, lengte varieert van 250 cm tot 25 cm. De grootste 30 van zink, de rest van tin/lood.
Het register dat de klank edel maakt. Vanaf 60 euro, de kleinste kost 7 euro, totaal € 1.809.--
Vox Celeste 8'. Als Aeoline, maar iets ontstemd ten opzichte van de Aeoline. Dat levert een zwevende klank op.
42 stuks, lengte varieert van 125 cm tot 25 cm. De grootste 18 van zink, de rest van tin/lood.
Het register dat de Aeoline helpt. Vanaf 45 euro, de kleinste kost 14,25 euro, totaal € 1.244,25
Zacht Gedekt 8'. Houten pijpen als in de Bourdon. Klinkt als een grote blokfluit. Zorgt voor basis.
54 stuks, lengte varieert van 125 cm tot 15 cm. De grootste 24 van hout, de rest van lood/tin.
Het register dat zorgt voor stevigheid. Vanaf 30 euro, de kleinste kost 3,50 euro, totaal € 904,50
Oktaaf 4'. Als Prestant, maar klinkt een octaaf hoger (vandaar de naam). Zorgt voor helderheid.
54 stuks, lengte varieert van 125 cm tot 15 cm. De grootste 18 van zink, de rest van tin/lood.
Het 'kind' van de Prestant. Vanaf 25 euro, de kleinste kost 1,15 euro, totaal € 706.05
Woudfluit 2'. Een heldere, hoog klinkende fluit (nog weer een octaaf hoger dan de Oktaaf 4').
54 stuks, lengte varieert van 70 cm tot 10 cm. De grootste 18 van zink, de rest van tin/lood.
De vrolijke stem van Zuurdijk. Iets voor de kleintjes. Vanaf 10 euro, de kleinste kost 0,30 euro, totaal € 282,42
Voor nadere informatie welke orgelpijpen nog te adopteren zijn kunt u contact opnemen met Annette Broekhuizen
tel.: 0595 - 571913, e-mail:annette.y.broekhuizen@xs4all.nl
Inschrijvers worden beloond met vermelding van hun naam op een oorkonde, die ingelijst achter glas op de achterwand van het orgel komt. Eeuwige roem!
Hieronder een overzicht van de pijpen, die de klank van het Rohlfingorgel van Zuurdijk uniek maken:
Orgelpijpen van het Rohlfingorgel te Zuurdijk ter adoptie van 46 cent tot 200 euro, totaal € 17.237,97
Bourdon 16'. Grote pijpen, zware klank. Zorgt voor de bas.
54 stuks, lengte varieert van 250 cm tot 25 cm. De grootste 36 van hout, de rest van lood/tin.
Het duurste register. Van groot 200 euro, tot klein, de kleinste kost 41 euro, totaal € 6.507.--
Prestant 8'. Dat zijn voor een deel de pijpen in het front. Zorgt voor stevigheid.
54 stuks, lengte varieert van 250 cm tot 25 cm. De grootste 8 van hout, dan 22 van zink, de 24 kleinste van tin/lood.
Het belangrijkste register. Van groot 100 euro, tot klein, de kleinste kost 20,50 euro, totaal € 3.253,50
Viola di Gamba 8'. Als Prestant, maar de pijpen hebben een kleinere doorsnee. Klinkt strijkend, als een sterke Cello.
54 stuks, lengte varieert van 250 cm tot 25 cm. De grootste 30 van zink, de rest van tin/lood.
Het register dat de klank scherpstelt. Vanaf 80 euro, de kleinste kost 13.75 euro, totaal ? 2.531,25
Aeoline 8'. Als Gamba, maar de pijpen hebben een kleinere doorsnee. Een milde variant van de Viola di Gamba.
54 stuks, lengte varieert van 250 cm tot 25 cm. De grootste 30 van zink, de rest van tin/lood.
Het register dat de klank edel maakt. Vanaf 60 euro, de kleinste kost 7 euro, totaal € 1.809.--
Vox Celeste 8'. Als Aeoline, maar iets ontstemd ten opzichte van de Aeoline. Dat levert een zwevende klank op.
42 stuks, lengte varieert van 125 cm tot 25 cm. De grootste 18 van zink, de rest van tin/lood.
Het register dat de Aeoline helpt. Vanaf 45 euro, de kleinste kost 14,25 euro, totaal € 1.244,25
Zacht Gedekt 8'. Houten pijpen als in de Bourdon. Klinkt als een grote blokfluit. Zorgt voor basis.
54 stuks, lengte varieert van 125 cm tot 15 cm. De grootste 24 van hout, de rest van lood/tin.
Het register dat zorgt voor stevigheid. Vanaf 30 euro, de kleinste kost 3,50 euro, totaal € 904,50
Oktaaf 4'. Als Prestant, maar klinkt een octaaf hoger (vandaar de naam). Zorgt voor helderheid.
54 stuks, lengte varieert van 125 cm tot 15 cm. De grootste 18 van zink, de rest van tin/lood.
Het 'kind' van de Prestant. Vanaf 25 euro, de kleinste kost 1,15 euro, totaal € 706.05
Woudfluit 2'. Een heldere, hoog klinkende fluit (nog weer een octaaf hoger dan de Oktaaf 4').
54 stuks, lengte varieert van 70 cm tot 10 cm. De grootste 18 van zink, de rest van tin/lood.
De vrolijke stem van Zuurdijk. Iets voor de kleintjes. Vanaf 10 euro, de kleinste kost 0,30 euro, totaal € 282,42
Voor nadere informatie welke orgelpijpen nog te adopteren zijn kunt u contact opnemen met Annette Broekhuizen
tel.: 0595 - 571913, e-mail:annette.y.broekhuizen@xs4all.nl
maandag 25 januari 2010
Hond en trein (1)

Gisteren, het was zondag, zat ik al om kwart voor negen in de trein naar Arnhem. Met mijn hond Pia. Pia maakte voor het eerst een lange (nou ja) treinreis. De trein was uitgestrekt, er leek geen eind aan te komen. Ik zocht een plek helemaal vooraan zodat ik in Zwolle niet zo ver hoefde lopen bij het overstappen. Drie dames hadden datzelfde bedacht. Toen ze instapten wandelde Pia ze kwispelstaartend tegemoet - buitengewoon vriendelijke, gastvrije hond - waarop de stem van een van de dames op luide toon sprak: 'Wilt u die hond wel eens terug roepen, daar houden Wij niet van'. Vooral dat 'wij' was indrukwekkend. Er klonk de macht van de groep in door. De grijze groep in dit geval. Er flitsten opeens talloze andere groepen door mijn hoofd. Er bekroop me een ongemakkelijk gevoel. Ergens begint het, dacht ik. Had ik hier misschien het begin te pakken?
Mensen moeten opnieuw leren hoe iets proeft.
‘Communiceren over eten valt niet altijd mee en op de golven van de welvaart wil iedereen wel in een restaurant eten. Ik hou niet van desserts, kreeg ik laatst zo in zijn algemeenheid nog te horen, zonder dat ik daar nog maar iets over had verteld. Onbegrijpelijk. En over de kikkererwtenpuree vroeg iemand die leuk wilde doen of daar ook kikkers inzitten. Je kunt een gesprek dan verder wel vergeten. Toch was het juist deze groep mensen waar ik indertijd voor wilde gaan koken. Ik moet eerlijk bekennen dat de elite dan meer van eten snapt, de eetelite dan hè, en de culi’s. Ik verkijk me nog wel eens op mijn gasten en laten we wel wezen, voor een heleboel mensen is buiten de deur eten ook uitgaan. Ik noem het wel eens de ouderenuitgaansavond. Maar in het algemeen waarderen gasten het enorm als je uitlegt wat er op hun bord ligt, waar het vandaan komt en hoe dat is klaargemaakt. Pittig onkruid serveer ik nu heel veel, blad van paardebloem, zevenblad en muur. Heerlijk, maar dat moet wel eerst verteld worden en dan vinden ze zulke ongebruikelijke ingrediënten juist heel bijzonder. Mensen moeten vaak weer helemaal opnieuw leren hoe iets proeft, dat onder woorden brengen is lastig, maar helpt enorm bij het ontwikkelen van de smaak.’ (Chefkok Dick Soek van restaurant Het Schathuis in Leens bij de borg Verhildersum)
woensdag 6 januari 2010
Moskou (7)

Svetlana Alliluyeva, dochter van Stalin
Twenty letters to a friend.
To my mother
1963.
In het dorp Zhukovka, buiten Moskou.
Het schrijven nam vijfendertig dagen in beslag.
Gepubliceerd in 1971. Svetlana was toen al in Amerika/Locust Valley.
De brieven werden via India en Zwitserland naar de USA gesmokkeld, eerder in Engeland dan in Rusland gelezen. Een revelatie!
In de brieven beschrijft Svetlana aan 'een vriend' haar kindertijd in het Kremlin, de tragedie van het uit elkaar vallen van de familie. Het contact met de 'groten' der aarde: Molotov, de verschrikkelijke Beria, de behulpzame Chroetsjov, enz. De dramatische dood door zelfmoord van haar moeder.
Ze geeft een portret van Stalin ('een van de reuzen van de twintigste eeuw'):
een buitengewone man
van vlees en bloed
al te menselijk
wiens houding ten opzichte van zijn familie heen en weer zwalkte tussen intense liefde en tirannieke, keiharde behandeling.
Svetlana is standvastig in haar liefde voor haar vader én kritisch over zijn daden.
Zij houdt van haar land, waarvan zij zich nooit los zal kunnen maken
ook al is het op sterven na dood.
donderdag 10 december 2009
Boeren praten wel , op de gekste momenten
komen de tranen naar boven
Een terugblik ter opfrissing van het geheugen, een kleine zijsprong van dit blog
MKZ een jaar later 4 april 2002
Een week of wat geleden was bij het televisieprogramma Barend en Van Dorp de veearts Jaap de Boer op bezoek. Het was een jaar geleden dat de MKZ-crisis uitbrak en het programma wilde daar aandacht aan besteden. Het was 20 maart 2002. Het boek dat Jaap de Boer over de crisis schreef, heet Het ga je goed lieve Evelien. De Boer werkte als veearts mee met de ruimingen. Als veearts en dus als deskundige hoewel een veearts net als een gewone arts bedoeld is om leven in stand te houden, niet om het vernietigen. Maar hij klungelde tenminste niet. En dat kan niet van alle ontruimers gezegd worden. In ieder geval niet door de varkensboer die het niet langer kon aanzien en de mensen van de ontruimingsdienst zijn erf af gooide omdat ze zijn varkens nodeloos lieten lijden, ze gewoon niet dood kregen. Hij heeft geen vergoeding gekregen voor zijn geruimde dieren.
Heeft u geen gruwelijke spijt dat u aan de ruimingen van het vee hebt meegewerkt, vraagt Jan Mulder emotioneel. De Boer zegt nee, op zich zelf niet, het was uiteindelijk een waardevolle periode, mensen met emoties dragen geen maskers en het beleid moest toch uitgevoerd worden al was ik het niet eens met het automatisme dat er in sloop. Hij voegt eraan toe er nu geen mond- en klauwzeer meer is en dat hij heeft meegewerkt aan het laten verdwijnen van een hele gevaarlijke ziekte. Natuurlijk is hij het ook niet eens met de gekozen methode, maar er mocht niet gevaccineerd worden.
Ik voel me er ongemakkelijk bij. Er is immers niet zo veel tussen te brengen en ook ik bleef samen met alle andere niet-boeren van Nederland op mijn achterste zitten toen wij met zijn allen riepen dat het achterlijk was wat er gebeurde en dat er geënt moest worden.
Jan Mulder heeft geen last van dit soort gedachten. "Je verandert, je degeneert", roept hij. En dat het hem aan Auswitz had doen denken. Maar dat had het Jaap de Boer ook gedaan die nog opmerkt dat er bij een volgende uitbraak weer geruimd zal moeten worden en dat hij zich als dierenarts misbruikt voelt, want dat er geen nieuw beleid is. "Het enige dat is voorkomen is zelfmoord onder de boeren".
Het beleid bepaalt gelijke behandeling van, zeg maar , huiskonijnen, geitjes op de kinderboerderij en een kudde zeldzame schapen en, zeg maar, een schuur met honderden koeien of varkens erin.
Een terugblik ter opfrissing van het geheugen, een kleine zijsprong van dit blog
MKZ een jaar later 4 april 2002
Een week of wat geleden was bij het televisieprogramma Barend en Van Dorp de veearts Jaap de Boer op bezoek. Het was een jaar geleden dat de MKZ-crisis uitbrak en het programma wilde daar aandacht aan besteden. Het was 20 maart 2002. Het boek dat Jaap de Boer over de crisis schreef, heet Het ga je goed lieve Evelien. De Boer werkte als veearts mee met de ruimingen. Als veearts en dus als deskundige hoewel een veearts net als een gewone arts bedoeld is om leven in stand te houden, niet om het vernietigen. Maar hij klungelde tenminste niet. En dat kan niet van alle ontruimers gezegd worden. In ieder geval niet door de varkensboer die het niet langer kon aanzien en de mensen van de ontruimingsdienst zijn erf af gooide omdat ze zijn varkens nodeloos lieten lijden, ze gewoon niet dood kregen. Hij heeft geen vergoeding gekregen voor zijn geruimde dieren.
Heeft u geen gruwelijke spijt dat u aan de ruimingen van het vee hebt meegewerkt, vraagt Jan Mulder emotioneel. De Boer zegt nee, op zich zelf niet, het was uiteindelijk een waardevolle periode, mensen met emoties dragen geen maskers en het beleid moest toch uitgevoerd worden al was ik het niet eens met het automatisme dat er in sloop. Hij voegt eraan toe er nu geen mond- en klauwzeer meer is en dat hij heeft meegewerkt aan het laten verdwijnen van een hele gevaarlijke ziekte. Natuurlijk is hij het ook niet eens met de gekozen methode, maar er mocht niet gevaccineerd worden.
Ik voel me er ongemakkelijk bij. Er is immers niet zo veel tussen te brengen en ook ik bleef samen met alle andere niet-boeren van Nederland op mijn achterste zitten toen wij met zijn allen riepen dat het achterlijk was wat er gebeurde en dat er geënt moest worden.
Jan Mulder heeft geen last van dit soort gedachten. "Je verandert, je degeneert", roept hij. En dat het hem aan Auswitz had doen denken. Maar dat had het Jaap de Boer ook gedaan die nog opmerkt dat er bij een volgende uitbraak weer geruimd zal moeten worden en dat hij zich als dierenarts misbruikt voelt, want dat er geen nieuw beleid is. "Het enige dat is voorkomen is zelfmoord onder de boeren".
Het beleid bepaalt gelijke behandeling van, zeg maar , huiskonijnen, geitjes op de kinderboerderij en een kudde zeldzame schapen en, zeg maar, een schuur met honderden koeien of varkens erin.
Abonneren op:
Posts (Atom)
